Wat is web 3.0? 
Ook wel: The internet of things of: The Semantic Web








Met digitaliseren van al het lesmateriaal zijn we er nog niet. Alle lessen dienen 'metatags' te krijgen opdat het gevonden kan worden. Deze metadatering dient gestandaardiseerd te zijn opdat het kan aansluiten op leerlijnen en het referentiekader van leerdoelen; de leerstandaarden. Een zoekmachine om de gebruikers te helpen zoeken. Vervolgens moeten arrangementen gemaakt kunnen worden op basis van leerniveau en didactische concepten. Ook het 'pay per use' systeem van cloudcomputing moet gekoppeld worden aan de cloudschool. 
Kortom: al het digitaal lesmateriaal moet 'semantisch' in een database worden opgeslagen en vervolgens met diverse 'tools' toegankelijk gemaakt worden om het te kunnen gebruiken. 

      

Dit vereist een zeer geavanceerde vorm van programmeren dat ook nog eens op diverse platforms ( m.n. Microsoft , Google, Apple of Open Source zoals Moodle ) moet kunnen werken. Om het overzichtelijk te houden noemen we deze software tesamen de 'Virtuele Juf'.




De virtuele juf ziet er op toe dat elke leerling die inlogt een ID heeft met een profiel. Het profiel wordt voortdurend bijgewerkt aan de hand van de leerresultaten. Aan de hand hiervan kan de juf er voor zorgen dat de juiste lessen al worden klaargezet. 
De virtuele juf is zó ingesteld dat zij keuzes maakt aan de hand van wat de bijv. de intern begeleider heeft ingesteld ten aanzien van onderwijsconcept, leerstijl, leerniveau etc. De virtuele juf is dus programmeerbaar maar ook 'zelfdenkend' en is altijd een paar stappen verder. Hier worden de lerende algoritmes toegepast in de software. 
Het intelligente internet dat voorzien is van lerende algoritmes wordt ook wel WEB 3.0 genoemd. Als je dit doortrekt naar het leren , is leren in een intelligente lerende omgeving ook wel aan te duiden als Leren 3.0. 










Over ID-management en kindprofiel
Om er voor te zorgen dat de virtuele juf de juiste leerstof kan laten stromen naar elke leerling zal de leerling op internet vindbaar moeten zijn. Niet alleen de leermaterialen dienen in een semantische database te worden ondergebracht, ook de leerlingen. Elke leering krijgt een ID waar voortdurend metatags (een soort labels) aan worden gekoppeld die iets zeggen over de leervorderingen, welke leerstof behandeld is, waar zijn interesses liggen etc. Alleen met een digitaal profiel kan de leerling gevonden worden en betekenisvolle lesstof worden aangeboden. 

Over 'pay per use' en 'app store' 
Scholen willen natuurlijk alleen betalen wat werkelijk gebruikt wordt. Dat is met de 'gewone schoolboeken' lang niet altijd het geval. Om alleen de beste lessen te gebruiken zou het mooi zijn om ook te kunnen kiezen uit meerdere methodes. Dat is meestal te kostbaar voor scholen en daarom moet meestal worden volstaan met één methode per vakgebied. 
Cloudschool propageert het ontwikkelen van een centrale kassa zodat uitgeverijen alleen betaald krijgen voor de lessen die uit hun methodes zijn gebruikt. Waarschijnlijk zullen uitgeverijen die lessen niet meer 'boeken' noemen, maar 'apps' ( bijv. een lessenreeks per thema ). In de 'app store' ( de winkel waar alle leermaterialen te koop zijn voor wat betreft de gesloten leermaterialen ) kunnen scholen veel flexibeler lesstof kiezen of 'kant en klare arrangementen'. 

Over open en gesloten leermateriaal
Open leermateriaal is gratis ; het wordt immers door leerkrachten zelf ontwikkeld en gedeeld met het onderwijs. Er is al heel veel educatieve content gegenereerd : digischool, wikiwijs, leraar24, khan academy etc. 
Gesloten leermateriaal is in feite ook door leerkrachten zelf ontwikkeld , maar 'opgekocht door uitgeverijen en daarna in kwaliteit verbeterd door er een structuur aan te verbinden met leerlijnen, leerstandaarden en toetsen. 
Cloudschool propageert dat beide soorten leermaterialen digitaal beschikbaar worden in een semantische database. Zo ontstaat een zeer breed aanbod van lesstof waar kwalitatief hoogwaardige leerstof-arrangementen uit samengesteld kunnen worden. Het verhoogt ook de concurrentie tussen open en gesloten leermateriaal; alleen de beste lessen zullen gekocht worden.

Over 'school-cloud' en 'crowd sourcing'
Cloudschool betrekt alle leerstof uit de 'cloud'. Dat hoeft niet het zelfde te zijn wat wereldwijd beschikbaar is op world-wide-web internet. Binnen het internet worden per school of per organisatie ( bijv. een onderwijscoöperatie ) een cloud gevuld met educatieve content dat volgens een universele standaard ( SCORM is zo'n standaard) gemetadateerd is en gekoppeld aan een semantische database. Zo'n educatieve cloud hoort bij de school en is er ook eigenaar van. 
In zo'n situatie moet het ook mogelijk zijn dat de eigen leerkrachten ook zelf lesmateriaal toevoegen aan de educatieve cloud. Er ontstaat dan een extra contentontwikkeling dat ook wel 'crowd-sourcing' genoemd kan worden. De menigte aan leerkrachten zijn dan optima forma eigenaar van het onderwijs. Een mooi vooruitzicht. 

Lees verder over Cloudcomputing en web 3.0