Archief‎ > ‎NIEUWS‎ > ‎

Co-creatie in het onderwijs

Geplaatst 3 mrt. 2013 14:43 door Jan Kraaijenbrink   [ 21 apr. 2013 13:53 bijgewerkt ]
Google Apps for education is een typisch voorbeeld van wat social media kan betekenen voor het onderwijs. Cloudwise als learning management systeem is op dit platform gebaseerd; leerlingen hebben hiermee een gepersonaliseerde leeromgeving en bovendien biedt het allerlei mogelijkheden om te communiceren met de leerkracht. Doch: cloudwise is 'slechts' een 'container' voor digitale leermaterialen. De leermaterialen moeten er nog wel in gestopt worden. En dan komen we bij het spannendste deel van wat Cloudschool voor ogen heeft: hoe krijgen we op een betaalbare manier kwalitatief hoogwaardige leermaterialen in de leeromgeving? 

Co-creatie [ een vorm van samenwerking op basis van enthousiasme, daadkracht en focus op het resultaat ] biedt veel kansen om met name digitale leermaterialen in gezamenlijkheid te ontwikkelen. En tegelijk is het ook een zeer ingewikkeld proces met vele valkuilen. 
Het TNO heeft co-creatie in het onderwijs onderzocht. Arnout de Vries , een van de onderzoekers, heeft er een artikel aan gewijd hetgeen de moeite waard is om te lezen:  Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit ( 25 mei 2012 ). Er is ook een whitepaper beschikbaar: klik hier voor Een roadmap voor cocreatie in het onderwijs  

Het concept van Cloudschool streeft het gezamenlijk ontwikkelen van een duurzame ( betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig ) digitale leeromgeving na voor PO , SO-VSO, VO en MBO na. Het onderzoek van TNO onderschrijft het belang van co-creatie voor het onderwijs. 
Maar ook dat het lastig is in te passen in het onderwijs. Er worden 3 barriëres genoemd die co-creatie in het onderwijs moeilijk maken:
  • Veel onderwijsinstellingen ontberen voldoende visie over ondersteunende processen en de rol die ICT hierin spelen. 
  • De initiatieven die we nu zien worden met name vanuit een grassroots aanpak gestart.
  • Een didactisch verantwoorde inzet van digitale leermiddelen is vaak onderbelicht gebleven in de lerarenopleiding. 
Vanuit de ervaringen van Cloudschool noemen we nog meer 'hobbels op de weg':
  • Met name in het reguliere onderwijs zijn leerkrachten gewend geraakt aan het gebruik van door uitgeverijen samengestelde methodes. Dat is makkelijk voor leerkrachten maar worden daardoor minder bewust van de onderliggende leerlijnen. Ook het benoemen van de leerdoelen en het planmatig en geïndividualiseerd leerplannen samenstellen raakt meer op de achtergrond. Overigens zijn we het er over eens dat de meeste leerkrachten daar te weinig tijd voor hebben. 
  • Uitgeverijen hebben er alle belang bij om de klandizie van scholen voor hun methodes te behouden. Men zou kunnen zeggen dat er zelfs sprake is van een 'lock-in' systeem waarbij scholen nauwelijks in staat zijn om 'het beste van meerdere methodes' te kunnen kiezen. De financiële middelen van scholen  zijn doorgaans daartoe niet toereikend.
  • Het digitaal maken van complete methodes ( d.w.z. volledige leerlijnen ) is nog lang niet gerealiseerd. Voorlopig blijft dat beperkt tot 'ondersteunende software' van de (papieren) studieboeken. 
  • Het verdienmodel van de  uitgeverijen is afhankelijk van het systeem van betalen. Digitaal leren op basis van cloudcomputing behelst een 'pay per use-syteem' en dat is nog lang niet zodanig ontwikkeld dat dit binnenkort zal worden ingevoerd. ELO's moeten zich behelpen met licenties voor alle leerlingen per school.
  • De wereld van ketenpartners die in staat zouden zijn om digitale leermaterialen te ontwikkelen en beschikbaar te stellen is nog dermate complex dat er nog heel veel hobbels zijn te nemen. Het ECK-traject , gedragen door Kennisnet , is wel op de goede weg. ( ECK = Educatieve Content Keten ) bewandelt deze weg om met alle ketenpartners één standaard af te spreken waar alle content aan moet voldoen.